ZORG VOOR ONZE KINDEREN

 

Inleiding 

Elk kind maakt vanaf groep 1 tot en met groep 8 een enorme groei door. Er zijn veel omstandigheden die daarbij een rol spelen.
Het belangrijkste is dat een kind zich prettig voelt. Daarom willen we weten hoe een kind functioneert op het gebied van de leervakken, in de groep en ten opzichte van de leerkracht.
De gegevens van de toetsen kunnen ons daarbij extra helpen.
Er zijn twee soorten toetsen:

-Toetsen die bij de methodes van rekenen en taal horen.
-De CITO toetsen die op veel scholen in het hele land afgenomen worden. (niet te verwarren met de CITO eindtoets)
De uitslagen van de CITO toetsen kun je dus vergelijken met het landelijk gemiddeld niveau.
Eind groep 7 maken de kinderen de entreetoets voor groep 8.
In groep 8 worden de toetsen maar 1x afgenomen. Deze leerlingen krijgen in jan./febr. Het schooleindonderzoek. De gegevens van het schooleindonderzoek gaan naar het vervolgonderwijs. Bij kinderen die naar het LWOO (leerweg ondersteunend onderwijs) of naar het PO (praktijkonderwijs) gaan, wordt ook een onderwijskundig rapport ingevuld.
Dit wordt besproken met de zorgcoördinator van het voortgezet onderwijs.
 
Voor kinderen bij wie sprake is van dyslexie wordt een dyslexievolgdocument bijgehouden. Hierin komen alle gegevens te staan die voor het vervolgonderwijs van belang zijn. Dit document komt in de plaats van de dyslexieverklaring.
 
Bij het beoordelen van de resultaten van de toetsen houden we er rekening mee dat een kind b.v. faalangstig is, of dat er andere omstandigheden kunnen zijn, waardoor het kind minder scoort.
Bij jonge kinderen is dit nog moeilijk te zien. Het is goed dat ouders belangrijke gegevens van hun kind aan school doorgeven.
De gegevens van kinderen worden bewaard in het leerlingvolgsysteem. Hierin staan alle gegevens van groep 1 tot en met groep 8.
Het zal duidelijk zijn dat toetsgegevens en andere gegevens van leerlingen vertrouwelijk zijn en niet naar buiten mogen komen. Alleen het personeel heeft toegang tot deze gegevens.

 


Waarom toetsen?
Dit boekje is bedoeld voor ouders die kinderen hebben in de groepen 1 tot en met 8 van onze basisschool.
Het geeft u, als ouders, inzicht in de zorgstructuur op onze school.
 
Vooraf een verklaring van een aantal dingen die u tegen zult komen:
 
Zorgleerlingen:
Kinderen die opvallen omdat ze problemen hebben met de leerstof of opvallen door hun gedrag.
Deze kinderen krijgen extra hulp en worden nauwgezet gevolgd.
 
Handelingsplan:
Voor kinderen die extra hulp nodig hebben, maken we een handelingsplan. Daarin staat wat de huidige situatie van het kind is, welke hulp we gaan geven, door wie en wanneer. Er staat ook in wat we willen bereiken en wanneer we kijken of dat ook werkelijk zo is. (evalueren)
 
Intern begeleider:
Op onze school is een intern begeleider. We spreken over de IB’er.
Op onze school is dat mevr. T.C.Klaassen de Graaff.
 
Schoolbegeleidingsdienst:
De IB’er en de leerkrachten kunnen met vragen terecht bij de begeleider van de schoolbegeleidingsdienst, mevr. C. Bruintjes.
In incidentele gevallen doet de schoolbegeleidingsdienst ook onderzoeken.
Hierna spreken we over de S.B.D.
 

 


Wat is de weg voor extra hulp? 
Een kind valt op doordat het niet goed scoort op het gebied van gedrag of bij de leerresultaten.
De leerkracht gaat zoeken naar oorzaken en kijkt of er kortdurende hulp gegeven kan worden waardoor het probleem wordt opgelost. Deze hulp wordt tijdens de lessen gegeven.
Na een bepaalde tijd wordt er gekeken of deze kortdurende hulp voldoende is geweest.
Als de resultaten niet voldoende zijn, gaan we zoeken naar diepere oorzaken.
De hulp van de IB’er wordt ingeroepen. Ouders worden ingelicht. Er wordt een handelingsplan gemaakt. Hierin geven we aan welke hulp op school geboden wordt en wat de afspraken met thuis zijn.
Een goede samenwerking tussen ouders en leerkrachten is erg belangrijk.
Ook staat in het handelingsplan hoelang de hulp wordt verleend en hoe vaak.
Blijkt na evaluatie dat de hulp onvoldoende geweest is, dan schakelen we de S.B.D.in.
De schoolbegeleider kijkt met de betreffende leerkracht en de IB’er of we nog andere manieren van hulp kunnen bieden.
In sommige gevallen is het beter om externe hulp te zoeken, b.v. Bureau Jeugdzorg of een kinderarts.
 
Een leerling wordt de hele periode gevolgd. Er is dus een goed beeld van zijn/haar functioneren. Als er twijfel is over het doorgaan naar een volgende groep, dan zijn daar al in een vroeg stadium gesprekken over met de ouders. Deze vinden plaats in de periode tussen de meivakantie en de zomervakantie.
 
 

 
Welke toetsen nemen we af?

Toetsen groep 1-2:
Pravoo               

In groep 1 en 2 maken we gebruik van het  PRAVOO-leerlingvolgsysteem. Dit systeem bevat een persoonlijk ontwikkelingsboekje waarin we de ontwikkeling van een kind kunnen volgen.
 
Niet alle kinderen ontwikkelen zich hetzelfde. Sommige kinderen hebben moeite om goed te luisteren, andere kinderen hebben een zeer grote woordenschat, weer anderen kunnen nauwelijks zelf spelen, terwijl er ook kinderen zijn die veel interesse voor cijfers en letters hebben. Dat betekent dat het nodig is de ontwikkeling van de kinderen goed te volgen.
 
Hoe gaat dat dan?Als een kind een maand op school is, bekijken we het kind voor het eerst systematisch. We kijken dan of het kind mee kan doen met wat we op school doen en we kijken of er geen grote problemen zijn met bijvoorbeeld de taal. Meestal geven we kinderen met achterstanden een half jaar de tijd om zich spontaan te ontwikkelen.
Daarnaast vullen we drie keer per jaar voor ieder kind een ontwikkelingskaart in van ons leerlingvolgsysteem. We doen dat met een kaart waarop 30 kenmerken van een kind bekeken worden. We kijken naar het gedrag van het kind in de kring, het spelen, het werken, de taal, het omgaan met anderen, de waarneming, enz.
Zo kunnen we zorgvuldig vaststellen of een kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft, zich voldoende ontwikkelt of een vertraging in de ontwikkeling vertoont of misschien bepaalde problemen heeft.
 
CITO TVK  =    Taal voor kleuters:           

Deze toets wordt afgenomen om te kijken in welke fase het kind zich bevindt op het gebied van de taalontwikkeling
 
CITO ordenen = rekenvoorwaarden

Deze toets wordt afgenomen om te kijken in welke fase het kind zich bevindt op het gebied van rekenen
 
Screening lezen              

Dit is een hele korte toets waarbij je kinderen kunt signaleren die mogelijk problemen krijgen met lezen. Deze kinderen krijgen naast de andere taalactiviteiten extra hulp (voorschotbenadering)
 
Leesvoorwaarden                 

Eind groep 2 wordt gekeken of de kinderen de leesvoorwaarden beheersen die nodig zijn om tot lezen te komen in groep 3
 

Groep 3-8
LezenHerfstsignalering:   

In oktober groep 3 wordt gekeken of de kinderen de letters die 
aangeboden zijn al kennen en vlot kunnen toepassen.
 
DMT: =  Drie Minuten Toets.
Toets van woorden. De leerlingen lezen 3 x 1 minuut een kaart met woorden.
 
AVI: =   Analyse van Individualisering.
Toets tekstlezen. Het kind leest in eigen tempo een tekst.
 
CITO begrijpend lezen: 

Vanaf eind groep 3 wordt er a.d.h.v. teksten, die gelezen worden, gekeken of de kinderen de teksten ook begrijpen.
 
CITO rekenen:                       

In groep 3-7 nemen we 2 x per jaar een rekentoets af. Deze omvat het hele gebied van rekenen. Ook kunnen we zien of het kind inzicht heeft in rekenen. De leerlingen van groep 8 maken deze toets 1 x. 
 
CITO spelling:                        

Vanaf groep 3 t/m groep 7 wordt er 2 x per jaar een dictee afgenomen. In groep 8 gebeurt dit 1 x.
 
CITO spelling werkwoorden:           

Eind groep 7 en midden groep 8 wordt er een dictee

 

Entreetoets:

Deze toets wordt eind groep 7 afgenomen. Het geeft inzicht op     welk niveau het kind op bepaalde vakken zit en waar het kan starten in groep 8, als voor bereiding op het schooleindonderzoek. 


Schooleindonderzoek:

Deze test wordt afgenomen in januari groep 8 en bestaat uit de volgende onderdelen:  

1 – Een intelligentietest om de aanleg van het kind te meten                                               

2 – Een schoolvorderingentest om te meten wat het kind tot nu toe

gepresteerd heeft

3 – Een prestatie-motivatietest voor kinderen. Hieruit kunnen we afleiden hoe het kind presteert, of het gemotiveerd is en of er sprake is van faalangst.
 


Contacten met ouders
 
Vanuit de toetskalender:
1 Bij het opstellen van het handelingsplan overleggen we met ouders over de hulp die zij kunnen geven en of ze inschatten of het kind de hulp op deze manier aankan. Ouders krijgen het handelingsplan in tweevoud en geven 1 exemplaar ondertekend weer mee terug naar school.


2 Aan het einde van de hulpperiode (4 x per jaar) hebben we na de leerlingbespreking en het overleg met de SBD contact met de ouders over de vorderingen van hun kind. Dit kan telefonisch, maar zal ook vaak in aanwezigheid van de intern begeleider op school plaatsvinden.


3 In sommige gevallen zijn er extra contacten nodig, bv 1 x per maand op een vast tijdstip.


4 Na de derde hulpperiode(mei) voeren we gesprekken met ouders van kinderen waarover zorgen bestaan omtrent de overgang naar de volgende groep.
 
Informatieboekje:
Het informatie boekje geeft aan ouders duidelijkheid over de gang van zaken rondom de zorg. Ouders kunnen hier alle relevante gegevens vinden over de manier van toetsen, welke toetsen we gebruiken en wat ze verwachten kunnen op het gebied van de zorg. 

 
Rapporten
In groep 1-2 krijgen de kinderen hun plakboek mee, bij het eerste rapport en voor de zomervakantie.
De ouders van groep 3-8 worden drie keer per jaar dmv een rapport op de hoogte gebracht van de vorderingen van hun kind.
Het 1e rapport van groep 3 is een rapport werkboekje.
Na het 1e en 2e rapport worden alle ouders op school uitgenodigd, dmv een brief die gelijk met het rapport meegaat. Zij kunnen kiezen uit de volgende mogelijkheden:
- van 18.30 tot 19.00 de schriften van hun kind bekijken, verder geen inhoudelijk gesprek.
- een 10 minuten gesprek na 19.00. De schriften van deze kinderen worden 10 minuten voor het gesprek op de gang, net buiten het lokaal op een tafeltje neergelegd. Ouders kunnen ze dan vast inzien.
 
Ouderbezoeken/gesprekken op school
 
Groep 1           

De leerlingen uit groep 0 en 1 worden thuis bezocht. Nav de toetsen worden alle ouders op school uitgenodigd.
De leerkracht geeft uitleg over CITO TVK, Ordenen en Pravoo tijdens de informatieavond aan het begin van het jaar.
Bij de tien minuten gesprekken in maart worden de resultaten besproken en krijgen ouders een uitdraai uit Tangram

Groep 2           

Geen ouderbezoeken. 
De leerkracht geeft uitleg over CITO TVK, Ordenen, Pravoo en screening lezen tijdens de informatieavond aan het begin van het jaar.
Bij de tien minuten gesprekken in maart worden de resultaten besproken en krijgen ouders een uitdraai uit Tangram

Groep 3           

Ouderbezoeken of half uur gesprekken – na de herfstsignalering, vóór kerstvakantie. Ouders krijgen uitleg over de herfstsignalering en krijgen uitleg over de resultaten.

Na de toetsen in januari/februari wordt er op een middag uitleg gegeven en krijgen ouders de resultaten van hun kind.


Groep 4-6           

Ouderbezoeken of half uur gesprekken op school, nav de toetsronde in januari. Deze gesprekken moeten voor 1 maart afgerond zijn.
Ouders krijgen een uitdraai van de resultaten uit Tangram


Groep 7           

Ouderbezoeken of half uur gesprekken op school, nav de toetsronde in januari. Deze gesprekken moeten voor 1 maart afgerond zijn. 
Ouders krijgen een uitdraai van de resultaten uit Tangram


Entreetoets:
- aankondiging op de informatieavond in september
- afname van de toets in juni
- week voor de afname gaat de ouderfolder mee naar huis.  

- Ouders wordt gevraagd om de folder te bewaren.
- De toets wordt bij de informatieavond in september groep 8          besproken en krijgen de ouders de uitslag mee.


Groep 8           

1  Informatieavond algemene informatie over de opzet van het schoolkeuzetraject, bespreken van de entreetoets en ouders krijgen de uitslag mee.
2  Sept/okt ouderbezoeken of halfuurgesprekken op school
– doel – aftasten van de ideeën van ouders/leerlingen over niveau en voorkeur van school van VO. Hierbij uitgaan van de entreetoets en evt. gemaakte proefcito’s.
3  Dec rapport bespreking
4  Jan – schooleindonderzoek
5  Febr – overleg met CN over de uitslag van de toets
6  Uitslagen gaan naar ouders
Febr/maart eindgesprek op school met ouders en evt. hun zoon/dochter.
doel: uitslag SEO bespreken en definitieve schoolkeuze bepalen
Ouders krijgen een uitdraai van de resultaten uit Tangram
7  Afronding voor 1 april
 
Wanneer geven we géén informatie:
-  Net voor aanvang van de les, maak dan een afspraak met de leerkracht op een later tijdstip
-  Tijdens de open inloopochtenden. We zijn er dan om te spelen/werken met de kinderen.
 

Wat doet de IB’er o.a.?
- De leerlingen van groep 1 t/m groep 8 volgen.
- Het samenstellen van de toetskalender en zorgen dat deze op tijd uitgevoerd wordt.

- Dit houdt in dat alle toetsgegevens bij de IB’er komen. Samen met de leerkracht wordt bekeken of er zorgkinderen zijn.
- Het leiden van de zorgvergaderingen
- Doorspreken van de gegevens met de directie en inspectie.
- De leerkrachten ondersteunen bij vragen op het gebied van zorgleerlingen.
- Hulp geven bij het opstellen van een handelingsplan.
- Contacten onderhouden met de S.B.D.
- Zo nodig aanwezig zijn bij gesprekken van ouders en de leerkracht.
- Contacten met de IB’ers van andere scholen uit Putten en van het Samenwerkingsverband Putten/Nijkerk.
- Zorg dragen voor de orthotheek. Dat zijn alle materialen die aanwezig zijn voor hulp aan zorgkinderen, maar ook alle informatie die aanwezig is met betrekking tot de zorg.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

© Ichthus Putten, 2011
een ContentBE website